Quiz verkeersvragen Regels in het verkeer Beantwoord de vragen over regels in het verkeer. 1 / 6 Je nadert met je auto een kruispunt waar de voorrang niet wordt geregeld middels borden en/of verkeerlichten. De weg waarop jij rijdt is een verharde weg. Van rechts komt er een fietser aanrijden welke op een onverharde weg rijdt. Heeft deze fietser voorrang? Nee, want de fietser kom van een onverharde weg. Nee, de fietser heeft geen voorrang, hij is namelijk geen bestuurder. Ja, de fietser heeft voorrang. Ook de fietser is een bestuurder. 2 / 6 Je nadert met je auto een kruispunt waar de voorrang niet wordt geregeld middels borden en/of verkeerlichten. Beide wegen zijn onverharde wegen. Van rechts komt er een fietser aanrijden. Heeft deze fietser voorrang? Nee, want de fietser is geen bestuurder Nee, de fietser heeft geen voorrang. Omdat dit onverharde wegen zijn. Ja, de fietser heeft voorrang. Ook de fietser is een bestuurder. 3 / 6 Je nadert met je fiets een kruispunt waar de voorrang niet wordt geregeld middels borden en/of verkeerlichten. Beide wegen zijn verharde wegen. Van rechts komt er een voetganger aanlopen. Heeft deze voetganger voorrang? Nee, want de voetganger is geen bestuurder Ja, de voetganger heeft voorrang. Ook de voetgangers behoren tot alle verkeer. Nee, dit geld alleen voor snelverkeer, dus gemotoriseerd verkeer. 4 / 6 Je nadert met je auto een kruispunt waar de voorrang niet wordt geregeld middels borden en/of verkeerlichten. Beide wegen zijn verharde wegen. Van rechts komt er een fietser aanrijden. Heeft deze fietser voorrang? Nee, want de fietser is geen bestuurder Ja, de fietser heeft voorrang. Ook de fietser is een bestuurder. Nee, dit geld alleen voor snelverkeer, dus gemotoriseerd verkeer. 5 / 6 Wanneer mag je, als bestuurder van een motorvoertuig, misachterlicht(en) gebruiken? Voor het mistachterlicht geldt dat je deze alleen bij zeer dichte mist mag voeren waarbij het zicht minder dan 100 meter is. Voor het mistachterlicht geldt dat je deze alleen bij zeer dichte mist mag voeren waarbij het zicht minder dan 200 meter is. Voor het mistachterlicht geldt dat je deze alleen bij zeer dichte mist mag voeren waarbij het zicht minder dan 50 meter is. 6 / 6 Wanneer mag je, als bestuurder van een motorvoertuig, mistlichten aan de voorzijde aandoen. Bij minder dan 200 meter zicht, oftewel dichte mist of zware regenval, mogen de mistlampen aan de voorzijde aangezet worden. Bij minder dan 100 meter zicht, oftewel dichte mist of zware regenval, mogen de mistlampen aan de voorzijde aangezet worden. Bij minder dan 300 meter zicht, oftewel dichte mist of zware regenval, mogen de mistlampen aan de voorzijde aangezet worden. Je score isDe gemiddelde score is 21% Door Wordpress Quiz plugin